Kwintens
De Raaf 23
4102 DG Culemborg

tel: 0345-510259

Email: j.weimar@kwintens.nl
Stap 3: Inventariseren

Hierbij komt alles aan de orde wat straks in het convenant moet worden opgetekend.
De scheidingsbemiddelaar geeft u lijsten mee waarbij er een verdeling gemaakt wordt van zaken die geregeld moeten worden. In deze tekst beperken wij ons tot de alimentatie, omdat dit vaak een punt van discussie is.

 

 

Alimentatie: partner- & kinderalimentatie

Kinderalimentatie
Als ouder ben je wettelijk verplicht om voor je kinderen te zorgen. Dat betekent dat er bij een scheiding altijd een kinderalimentatie betaald moet worden, mits hiervoor financiële ruimte voor bestaat. Hierbij is het gezinsinkomen ten tijde van de scheiding van belang. Op basis van dit gezinsinkomen, het aantal kinderen en hun leeftijden, is een puntenstelsel ontworpen dat een richtlijn biedt in de financiële behoefte van het kind. Wanneer de draagkracht bij de alimentatiebetalende partij voldoende is, zal dit NIBUD indicatiebedrag ingezet worden. Als sprake is van onvoldoende draagkracht zal gekeken worden welke financiële ruimte de alimentatieplichtige heeft om tot een alimentatieverdeling te komen.

Ook kan worden nagegaan wat de kinderen zoal hebben gekost tijdens de twee laatste jaren van de relatie. Op basis hiervan kan een prognose gemaakt worden voor het komende jaar. Afhankelijk van (de ruimte in) de inkomens kan naar verhouding een verdeling worden gemaakt.

Bij kinderalimentatie is het interessant om te kijken naar het belastingplaatje. Om in aanmerking te komen voor een belastingvoordeel, moet de kinderbijdrage een bepaald minimumbedrag per maand overschrijden. Uiteraard moeten partijen zich op emotioneel gebied kunnen vinden in het overeengekomen bedrag, anders kan men beter bij de uitkomst van de berekening blijven.
In dat geval is het nodig dat er afspraken komen wat er gebeurt met de partneralimentatie als de kinderalimentatie wegvalt of andersom. Het verschil in jaren dat de kinderalimentatie versus partneralimentatie betaald moet worden, is dus van belang. Kortom. wanneer er een alimentatieberekening wordt gemaakt, zal het puntenstelsel (NIBUD) worden geraadpleegd om de behoefte van de kinderen te berekenen. Er zijn een aantal rekenprogramma’s hiervoor in omloop.

De kinderalimentatie wordt bij kinderen onder 18 jaar aan de verzorgende ouder overgemaakt. Bij de jongvolwassenen boven 18 jaar, kan deze rechtstreeks aan de jongvolwassene worden overgemaakt, wanneer deze nog studerend is of niet voldoende in eigen onderhoud kan voorzien.

Bij een co-ouderschap is het belangrijk een procentuele bijdrage in de kosten van de kinderen vast te stellen, met hierbij een evaluatie per kwartaal. Handig is om de ouders ieder te laten bijhouden welke bijzondere uitgaven zij t.a.v. de kinderen hebben gemaakt, zodat een eventuele verrekening kan plaatsvinden. Een gezamenlijke rekening hiervoor is ook een mogelijkheid. Het is dan wel zo charmant dat de ouders over en weer elkaar op de hoogte houden van bepaalde extra uitgaven. Het zal duidelijk zijn dat bij een co-ouderschap de dagelijkse levensbehoeften voor die ouder zullen zijn waar het kind (de kinderen) verblijft (verblijven).


Wijziging hoogte of nihilstelling van alimentatie

Wijziging of nihilstelling van zowel kinder- als partneralimentatie is alleen mogelijk bij een significante inkomensdaling. Wanneer sprake is van een wijziging in de kinderalimentatie en het kind is boven de 18 jaar, dan zal niet de alimentatieontvangende ouder hiertegen in het verzet kunnen komen, maar de jongvolwassene zelf.


Partneralimentatie

Partneralimentatie is bedoeld voor die partner die onvoldoende/niet kan voorzien in de eigen levensbehoefte. Wanneer beide partners een inkomen hebben, kan een zogenaamde Jus-vergelijking worden gemaakt. Hierbij wordt gekeken hoe de beide inkomens zich tot elkaar verhouden. Als de ene partner onvoldoende inkomen heeft en dus behoefte aan alimentatie, dan wordt gekeken of er voldoende draagkracht is bij de partner die het meeste inkomen heeft. Als dat het geval is, kan deze partner een alimentatieverplichting worden opgelegd. De jus berekeningen worden gehanteerd om te bekijken of de alimentatiegerechtigde niet meer overhoudt dan de alimentatieplichtige. Het is niet zo dat een evenredige verdeling plaatsvindt, wel kan hiervan uitgegaan worden.


Partneralimentatie

Partneralimentatie wordt door de fiscus gezien als inkomen. Degene die alimentatie ontvangt betaalt dus belasting over de alimentatie. De alimentatie die ontvangen wordt is dus een brutobedrag.
Waar men eveneens rekening mee moet houden is dat ieder jaar de wettelijke indexering bovenop de alimentatie komt. Dit is iets waar partijen zelf aan moeten denken en zelf moeten regelen. In het geval dat de alimentatieplichtige weigert deze indexering door te voeren, kan de alimentatieonvanger deze met terugwerkende kracht vorderen.
De alimentatiebetaler betaalt het bruto alimentatiebedrag, maar komt wel in aanmerking voor fiscale aftrek. Uiteindelijk zal het nettobedrag dus lager zijn.


Duur partneralimentatie

De wet bepaalt dat bij huwelijken die korter dan vijf jaar geduurd hebben en waaruit geen kinderen zijn geboren een alimentatieverplichting bestaat voor een periode overeenkomstig de duur van het huwelijk.
Zijn er wel kinderen uit het huwelijk voortgekomen, dan zal een eventuele partneralimentatie worden betaald, voor de duur van maximaal 12 jaar. De gedachte hierachter is dat zodra de kinderen groter zijn en minder verzorging nodig hebben, de verzorgende ouder weer aan het arbeidsproces kan deelnemen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan er verlenging aangevraagd worden. Een eventuele aanvulling van partneralimentatie op het verkregen loon kan enkel, wanneer er draagkracht is bij de betalende partij. Ook hier geldt maximaal de periode van 12 jaar.

De alimentatieverplichting eindigt definitief als de alimentatieontvangende partij hertrouwt of gaat samenwonen. Dit is wettelijk vastgelegd. De scheidende partijen kunnen wel een afwijkende regeling afspreken zoals het toestaan van samenwoning gedurende een proefperiode en dat wanneer die relatie geen stand houdt, de alimentatie (hervat)door kan lopen. Ook als behoefte wegvalt doordat de alimentatieontvangende partner over voldoende financiële middelen beschikt, kan een verzoek tot wijziging van de alimentatieverplichting worden ingediend.


Tremanormen

Om de alimentatieberekeningen zo veel mogelijk gelijk te berekenen, hebben rechters een aantal normen gesteld. Deze normen staan bekend als de Trema-normen en worden veelal gehanteerd als sprake is van een gerechtelijke procedure.
In bemiddeling kunnen de partners van de Tremanormen afwijken. Dit kan fiscale gevolgen hebben. Het is belangrijk dat de scheidende partners zich daarvan bewust zijn. Handig is dan om hen een verklaring te laten tekenen en hierin de risico’s op te nemen. Wij adviseren om hier zeer voorzichtig mee te zijn.


Hoogte van alimentatie

De hoogte van de alimentatie is, zoals gezegd, afhankelijk van het inkomen. Zodra er een sprake is van een “wijziging van omstandigheden”, kan een herberekening worden aangevraagd en kan de hoogte van de te betalen alimentatie worden bijgesteld. Belangrijk is wel hiervan een bewijsstuk aan de Belastingdienst te kunnen overhandigen met de hierbij behorende bewijzen van het gezinsinkomen ten tijde van de scheiding.


Afkopen alimentatie

Alleen partneralimentatie kan afgekocht worden. Daarbij speelt een aantal zaken. In positieve zin zou je kunnen zeggen dat je dan echt van elkaar af bent. Zeker wanneer er geen kinderen zijn. Je bent niet meer afhankelijk van de maandelijkse bijdrage en het kan fiscale voordelen hebben.
Wel moet je je realiseren dat de partneralimentatie voor een periode van 12 jaar is, tenzij er sprake is van een uitzonderingssituatie. De partneralimentatie houdt dus op zodra er sprake is van samenwoning of huwelijk met een andere partner. Zou men besluiten tot het afkopen en de ontvangende partij gaat snel samenwonen of (her-)trouwen, dan is dat dikke pech. Omgekeerd, accepteer je een afkoop, dan heeft dit fiscale consequenties en kan er op een later tijdstip geen aanspraak meer gemaakt worden op de partneralimentatie. In de regel zal een afkoopsom altijd veel lager zijn dan het bedrag dat men (maandelijks) gedurende 12 jaar zou ontvangen. Het is thans mogelijk om de afkoopsom vast te zetten in een lijfrentepolis, waarbij het periodieke uit te keren bedrag als inkomen gezien kan worden, echter, je doet er verstandig aan dit goed uit te (laten) zoeken. Er zitten een aantal haken en ogen aan. Het gaat te ver om deze hier te bespreken. Ook zijn er signalen dat een alimentatieafkoopsom in sommige gevallen fiscaal als een “schuld” kan worden gekenmerkt, omdat er een lening is aangegaan om dit bedrag te kunnen betalen. Dit zou dan een fiscaal voordeel kunnen opleveren. Ook dit punt vergt veel inzage in fiscaalrecht om dit zomaar te bepalen. Laat dit dus maar liever over aan een fiscalist en brand je vingers hier niet aan.
Kinderalimentatie kan niet worden afgekocht. Sommige vakgenoten lenen zich ervoor om toch een vorm van afkopen vast te leggen om b.v. het te ontvangen kapitaal hiermee op te krikken in verband met de koop van een woning. Toch ligt hier een probleem op de loer wanneer dit bedrag wordt herberekend en blijkt dat de alimentatieplichtige ouder nog een reeks jaren te betalen heeft.