|
Tijdens een
opdracht om een risico inventarisatie (ARBO-dienstverlening),
stuitte ik op een nogal gespannen sfeer tussen
de medewerkers van dit bedrijf. Bij het stellen
van de vragen die nodig zijn om een goede risico
inventarisatie mogelijk te maken kreeg ik te
maken met verwijten op de werkvloer. Bij navraag
bij de directie bleek dat er het een en ander
speelde, maar de directeur had geen oplossing.
Al pratende kwamen wij tot de slotsom dat mediation
zeker de moeite waard was om te proberen.
Samen met een collega mediator brachten we tijdens
een eerste gesprek met alle 6 werknemers in
kaart welke irritaties er waren en of deze persoonlijk
of met het werk te maken hadden. Al snel bleek
dat de meeste irritaties leidden naar beloften
die de directeur maakte naar de werknemer(s)
niet nakwam. Er ontstond eigenlijk 2 kampen;
1 pro- en 1 anti directeur. Tijdens het tweede
gesprek werd de directeur erbij betrokken. Op
een flip-over werden alle beloften van de directeur
en hiernaast wat er wel en niet was gerealiseerd
genoteerd.
Dit was voor de directeur behoorlijk schokkend,
omdat hij geen idee had dat dit allemaal speelde
en inmiddels een eigen leven was gaan leiden.
Besproken werden eerst de wèl-gerealiseerde
beloften en welke effecten deze hebben gehad.
Bleef nog over de niet-gerealiseerde beloften.
Punt voor punt werden deze besproken en bekeken
welke b.v. onder de cao vielen (b.v. opslag)
of onder een andere regeling. De persoonlijke
beloften varieerden van aangepaste bureaustoel
tot bedrijfsmobieltje en andere zaken hiertussen.
De noodzaak van dezen werden gewikt en gewogen
door beide (/meerdere) partijen en hierover
konden verder afspraken gemaakt worden.
Bij het afronden van de risico inventarisatie
trof ik een bedrijf aan waarbij de sfeer zelfs
prettig te noemen valt en een uiterst tevreden
directeur.
Zijn reactie was: als ik dat had geweten....en
naar mij toe: wat is mediation toch een mooi
instrument.
Op een afdeling werd een tijdelijke administratieve
kracht aangetrokken om tijdens het zwangerschapsverlof
van een van de medewerkster in te vallen. De
kracht ontpopte zich als een zeer betrokken
en geliefd personeelslid. Ook de werkzaamheden
werden uiterst adequaat uitgevoerd. Tegen de
tijd dat de medewerkster van zwangerschap terug
zou keren, meldde zij zich ziek wegens post
natale depressies. Het zou 3 maanden duren voordat
zij weer ten tonele verscheen. Inmiddels was
haar vervangster zo ingeburgerd, dat personeelszaken
niet goed wist hoe dit nu aan te pakken. Men
was bang dat de medewerkster met baby vaker
zal gaan verzuimen. In het verleden had deze
vrouw zich met een regelmaat ziek gemeld. Mij
werd gevraagd te bemiddelen hoe een en ander
opgelost kon worden. Tijdens de gesprekken heb
ik eerst in kaart gebracht welke (potentiële)
kwaliteiten deze vrouwen hadden en welke kwaliteiten
er voor de functie gevraagd werden. Ook bleek
dat de vrouw met de baby liever wat korter wilde
werken. Met personeelszaken werd bekeken welke
functies er binnen het bedrijf waren en of een
koppeling en herstructurering een mogelijkheid
zou bieden. Het bedrijf was inmiddels al bezig
functioneringsgesprekken te houden en dat bood
een mogelijkheid om de kwestie veel breder te
bekijken dan de belangen van deze 2 vrouwen.
Het eindresultaat was dat er inderdaad een
herstructurering van functies plaatsvond waarbij
de vrouwen allebei konden blijven. Bovendien
werd gebruik gemaakt van hun kwaliteiten, waardoor
zij tevreden waren over de invulling van hun
(nieuwe) functies.
Op consult kwam een directrice die problemen
had met maar liefst 3 personeelsleden. Zij was
het jaar ervoor aangetrokken omdat de vorige
directeur vertrok. De laatste was een innemende
man die graag alles met zijn personeel besprak
en alles ook gezamenlijk deed. Hierdoor was
de werksfeer uiterst plezierig, maar ging ten
koste van de productiviteit.
Door het Bestuur van de Stichting werd ingegrepen
wat tot vertrek van deze directeur leidde. De
vrouw solliciteerde naar de vacante positie
en werd als directeur aangenomen. Haar werd
medegedeeld dat het haar taak zou worden de
zaak weer recht te trekken en orde op zaken
te stellen. Een uitdaging, maar drie personeelsleden
dachten hier anders over. De sfeer werd dusdanig
negatief, dat men zich vaak ziek meldde. Er
werd mediation voorgesteld. De vrouw kwam bij
mij om dit te bespreken en al snel kwamen we
tot de conclusie dat het eerste wat moest gebeuren
was dat de vrouw in “haar
kracht” ging staan. Niet als vervangende
directeur, maar als nieuwe directrice met leiderschap
als hoofdkwaliteit.
De vrouw zag letterlijk in de spiegel hoe zij,
in een rollenspel, haar secretaresse te woord
stond en dat dit absoluut niet getuigde van
leiderschap. Door haar te laten kennismaken
met het optimaliseren van haar kwaliteiten,
ging zij op een voor haar natuurlijke maar krachtige
manier reageren en stelde haar grenzen. Na 5
sessies en drie weken later, meldde zij dat
de verstandhouding tussen haar en de 3 personeelsleden
aanzienlijk was verbeterd en zij zich sterker
voelde. De noodzaak voor mediation was niet
meer info. aan de orde. Zelfs de presentaties
die zij met een regelmaat moet houden, getuigen
nu van concreetheid en natuurlijk overwicht.
Een manager kwam bij mij op kantoor met de
mededeling dat hij een relatieprobleem had met
zijn levenspartner en verzocht mij om te bemiddelen.
De relatie had ruim 10 jaar geduurd en had veel
materiële luxe opgeleverd. Zij hadden samen
geen kinderen en richtten zich helemaal op hun
individuele carrières. Nadat de relatie
was geanalyseerd en in kaart gebracht, kon o.a.
de vinger gelegd worden op een gegeven dat deze
man moeite had zich echt te binden en uitdadingen
nodig had. Terloops vroeg ik hem hoe het op
de zaak ging en stelde een aantal vragen. Hieruit
bleek dat ook op de zaak dezelfde problematiek
speelde. Zodra er geen uitdaging meer info.
voor hem was, liet hij het afweten. In de privé-sfeer
ging hij op zoek naar andere relaties en op
de zaak liet zijn betrokkenheid te wensen over.
Het zal duidelijk zijn dat zijn levenspartner
hier niet gelukkig mee was. Pas toen hij dit
inzag, kon hij de problemen zowel op privé-
als op werkgebied begrijpen en bijstellen.
Via het Gerechtshof kwam een mediationverzoek
aangaande een (ex-)echtpaar met 2 gehandicapte
kinderen. Er waren grote problemen omtrent de
omgangsregeling, alimentatie en boedelverdeling.
Partijen waren zeer vijandig naar elkaar en
woonden al geruime tijd apart. Het oudste kind
woonde bij vader in het ouderlijk huis en het
jongste bij moeder in haar nieuwe woning. De
man had reeds een nieuwe partner die al bij
hem en zijn zoon inwoonde. Partijen hadden tijdens
het huwelijk allebei een alcohol probleem, hetgeen
tot vele ruzies en zelfs handgemeen leidde.
Sinds zij uit elkaar zijn, zeggen partijen dat
dit probleem bij allebei niet meer aan de orde
is. Tijdens mediation werd deze problematiek
uitvoerig besproken en de gevolgen van dit alcoholprobleem
in kaart gebracht.
De manier van communiceren werd onder de loep
genomen. Hieruit bleek dat partijen vanuit hun
emoties communiceren en voorbij gingen aan wat
het probleem nu eigenlijk was. Nu kon een brug
geslagen worden hoe zij in de toekomst meer
op zakelijk niveau met elkaar konden spreken.
Verwijten over en weer zouden hierdoor minder
kans krijgen. Doordat zij allebei met een nieuwe
partner een nieuw leven wilden opbouwen waarbinnen
hun beide zoons een plek krijgen, verliep dit
deel van de mediation voorspoedig.De omgangsregeling
was snel op papier gezet en ook de alimentatie.
Het laatste obstakel was de echtelijke woning.
De angel binnen deze mediation. De woning was
15 jaar geleden door partijen van de ouders
van de man gekocht tegen een zeer, zeer lage
prijs. Bij de notaris werd er, op verzoek van
de ouders van de man, een uitsluitingsclausule
opgesteld, met de intentie dat het woonhuis
binnen de familielijn van de man zou blijven.
Een paar jaar later kochten partijen een stuk
grond van de Gemeente dat naast het huis lag.
De uitsluitingsclausule zorgde voor de nodige
juridische problemen, omdat hieruit niet duidelijk
werd wat er precies werd bedoeld. De Notaris
die de akte had opgesteld was niet meer in functie
en zijn opvolger wist er eigenlijk geen raad
mee. De beide advocaten van partijen hadden
uiteraard ieder een eigen mening. De rechter
heeft dan ook gevraagd dit punt in de mediation
mee te nemen.
Uiteindelijk resulteerde de mediation wat dit
punt betreft in pure onderhandeling en werd
besloten het huis aan de man toe te kennen,
waarbij hij een som geld aan de vrouw zou betalen.
Het stuk land dat naast het huis ligt en later
van de Gemeente was aangekocht, werd aan de
vrouw toebedeeld. Hiermee was de waarde van
het huis en de som geld plus het stuk land nagenoeg
vergelijkbaar geworden en werd er toegekomen
aan de wens van de vrouw dit stuk grond op een
later tijdstip te benutten voor een project
voor gehandicapte kinderen waar beide zoons
baat bij zouden hebben. Beide partijen en hun
advocaten verklaarden zich zeer tevreden met
deze uitkomst.
De man in kwestie is verliefd geworden op
een andere vrouw. Het huwelijk (10 jaar) heeft
zijn glans verloren en hij wilde scheiden. Het
echtpaar heeft 2 kinderen.
Even vooraf: Kwintens hanteert een scheidingsmelding.
Dat houdt in dat partijen naar elkaar moeten
aangeven waarom zij willen scheiden of waarom
om zij niet willen scheiden.
In dit geval wilde de man scheiden om genoemde
redenen. De vrouw wilde niet scheiden. Door
de huwelijksrelatie te analyseren, werd duidelijk
dat er na 5 jaar huwelijk een omslag in de verhoudingen
is gekomen. Wat was er gebeurd: Het huwelijk
van de ouders van de vrouw liep na 25 jaar stuken
en dat bracht de vrouw in grote verwarring.
Zij had de scheiding van haar ouders niet aan
zien komen en ervoer dit als een enorme klap.
Hierdoor ging ze twijfelen aan haar eigen huwelijk.
Dat liep in haar ogen dus net zo veel gevaar.
Om dit uit te sluiten, ging zij haar echtgenoot
steeds vaker bellen op zijn werk, steeds meer
“controleren”
en wanneer hij maar even met een andere vrouw
stond te praten op een verjaardag, was Leiden
in last. Hierdoor voelde de man zich onprettig
en ervoer dat zijn vrouw steeds chagrijniger
werd. Hij mocht in zijn beleving nergens meer
alleen heen en moest overal verantwoording over
afleggen. Ook de kinderen zagen dat hun moeder
kortaf werd en minder belangstelling toonde
in hun doen en laten. De gezelligheid en warmte
in huis was ver te zoeken.
Op het moment dat dit tijdens de mediationgesprekken
boven tafel kwam, schrok de vrouw geweldig.
Dit had zij niet geweten. Helaas was de situatie
al zo ver gevorderd dat de man geen herstel
van hun huwelijk wenste. De scheiding werd een
feit. De vrouw besloot in therapie te gaan.
Zij had nu een schrikbeeld van een gefrustreerde
vrouw voor ogen gekregen en wilde voor de kinderen
weer een warme, gezellige moeder zijn. Haar
rancune naar de nieuwe vrouw in het leven van
haar man werd van een andere orde. Zij zag in
dat zij niet meer kon concurreren en dat zij
zich moest neerleggen bij het feit dat het huwelijk
stuk was gelopen door “omstandigheden”.
Niemand had hier schuld aan, maar de gevolgen
ervan kun je zeker een op een positieve manier
beïnvloeden.
Na enige tijd waren partijen zover dat een realistisch
haalbaar ouderschapsplan
ingevuld kon worden, waarbij ingegaan werd op
elementaire vragen zoals: hoe wil je dat je
kinderen erop terugkijken; welke lessen wil
jij je kinderen meegeven, enz.
Zo kwam er een echtpaar waarvan de man een
half jaar geleden heeft verklaard dat hij homofiel
is. Het paar heeft 2 kinderen in de puberale
leeftijd. Zelf hebben ze nog getracht het huwelijk
in stand te houden met therapieën, maar
de vrouw ervoer dan haar man niet meer die man
was waarvoor zij ooit heeft gekozen. Hij gedroeg
zich in haar belevingswereld “anders”,
hij gedroeg zich vrouwelijker, kleedde zich
anders, er was geen seks meer en hij wilde de
homo-wereld beter leren kennen.
Voor de vrouw redenen genoeg om te scheiden.
De scheidingsprocedure werd ingezet, maar niet
voordat er ook een gesprek plaatsvond met de
kinderen. Dit gesprek duurde een uur en hierna
kwamen de ouders erbij zitten. De mediator begeleide
de terugkoppeling van de zorg- en wenspunten
die de kinderen net hadden aangegeven. Een ander
punt was dat de kinderen zich in eerste instantie
behoorlijk hebben afgezet en zich schaamde voor
hun vader. Nu kunnen zij zich erbij leerleggen
dat hun vader homofiel is en hun moeder niet
met een homofiele man kan leven. In de rol als
vader maakte het nu voor de kinderen niets meer
uit. Hun vader was in hun ogen geen andere vader
geworden. De man zei later dat op dat moment
een grote last van hem afviel. Hij voelde zich
met name naar de kinderen toe zeer schuldig.
Ook kwam een vraag aan de orde die niets met
het homo zijn van hun vader te maken had.
Waar zouden zij dit jaar sinterklaas vieren.
Al jaren vieren zij dit met familie en dat wilden
zij dit jaar weer. Voor veel kinderen een belangrijk
aandachtspunt, waar ouders niet vaak stil bij
staan. Ter plekke werd besloten dat zij dat
gezamenlijk bij de zus van de man zouden vieren
en ook de Kerstdagen passeerden de revue. Afgesproken
is wel dat er per kwartaal even geëvalueerd
zal worden en de knel- of aandachtspunten besproken
zullen worden.
De ouders van een 7 jarig meisje zijn 3 jaar
geleden gescheiden. Er kwam een omgangsregeling.
Deze liep 2 jaar redelijk, tot het moment dat
de vader van de man (opa)overleed. De man ondervond
grote problemen in de rouwverwerking, nu hij
zijn beide ouders verloren had en werd overspannen.
De omgangsregeling werd op verzoek van de man
bevroren. Na 3 maanden kwam de omgangsregeling
weer op gang, maar de 7 jarige dochter had haar
vader al die tijd niet meer gezien. Zij had
enkel “verhalen”
van moeder gehoord over haar vader die niet
bepaald positief genoemd kunnen worden. Vader
wilde na zijn herstel zo dolgraag zijn dochter
weer zien, dat hij naar school is gegaan om
haar op te wachten. Dit viel in verkeerde aarde
bij moeder en er ontstond een fikse ruzie op
het schoolplein, waarvan andere ouders en kinderen
getuigen waren. Hun dochter schaamde zich dood.
Hierna gebeurde er nog een aantal dingen, waarbij
verwijten over en weer geuit werden en ruzies
die hoog opliepen. Voor hun dochter was dit
het signaal om niet meer naar vader te gaan,
want dan zou er immers geen reden voor ruzies
meer zijn? Moeder vond dat de omgang in het
belang van haar dochter gestaakt moest worden.
Advocaten werden ingeschakeld en de zaak kwam
bij de rechter. Deze verwees de zaak naar mediation.
Na een gesprek met de ouders op de rechtbank,
vond er ook een gesprek met hun dochter plaats
op haar woonadres. Tijdens dit gesprek kwam
duidelijk naar voren dat zij boos was op haar
vader, omdat zij tijdens zijn overspannenheid
niet naar hem toe kon gaan en omdat er op het
schoolplein die ruzie is geweest. In haar beleving
doet een vader zoiets niet en is dat een teken
dat hij niet van haar houdt.
De gezelligheid was uit (haar moeders) huis
en zij gaf haar vader daar de schuld van. In
een later gesprek met dochter en beide ouders
samen legde vader uit waarom hij zijn dochter
toen niet kon hebben. Dat dit niet was omdat
hij niet meer van haar hield, maar omdat hij
ziek was. Voor dochter was dit een geruststelling.
Moeder werd gevraagd uit te leggen waarom zij
nu zo boos was op haar ex. Zij vertelde dat
zij het gevoel had er alleen voor te staan en
dat hij mooi weer kon spelen. Hij had immers
de zorg over de dochter niet. Ook zou vader
nu een vriendin hebben die zelf 2 kinderen heeft.
Moeder heeft er moeite mee dat een andere vrouw
nu “iets”
over haar dochter te zeggen zou hebben. Door
te bespreken hoe dit gevoel bij moeder voorkomen
kan worden, werd de sfeer beduidend beter. Moeder
gaf hierbij aan dat zij al geruime tijd een
vriend heeft en zij dat nooit eens een weekendje
samen weg kunnen. Besproken werd hoe beide ouders
hun verantwoordelijkheid ten opzichte van hun
dochter gestalte kunnen geven. Ook konden zij
aan dochterlief uitleggen dat zij, als ouders,
van haar houden, maar ieder een eigen leven
willen leiden. Hierdoor ontstond ruimte om een
realistische omgangsregeling te bespreken. Hiermee
was nog niet alles opgelost.
De boosheid van dochter speelde op de achtergrond
zeker nog mee. Deze ouders vertelden hun dochter
dat zij best boos mocht zijn, maar dat boos
blijven niet goed voor haar is. Besloten werd
dan ook om een therapeut in te schakelen om
het stuk boosheid van hun dochter aan te pakken.
De ouders zaten nu op een lijn en hadden meer
begrip voor elkaars situatie. De nieuwe omgangsregeling
werd uitgewerkt en in een overeenkomst gegoten
en de rechter zorgde ervoor dat dit in een vonnis
werd verwoord. Hierbij werden de aandachtpunten
uit het rapport van de therapeut meegenomen.
Uit dit verhaal blijkt hoe “anders”
kinderen kunnen reageren. Vaak denken zij schuld
te hebben aan de slechte verstandhouding tussen
hun ouders en menen dit te kunnen oplossen door
bijvoorbeeld dan maar voor één
ouder te kiezen (meer informatie: kinderen
of www.eerstdekinderen.nl).
|